De Maand van Marie

tekst Luuk Gruwez | regie Wim Willaert

met
Lieve Vercauteren
Sielke De Mulder
Lotte Vandersteene
Joy Van den Driessche

op de zolder van de NTGent schouwburg, Schouwburgplein op do 10, vr 11, wo 16, do 17 en vr 18 december om 20:30

Anthropometry 1961 van Yves Klein →

Wees gegroet, wij zijn Maria, vol van genade. De Heer is niet met ons want Hij bestaat niet. Aanbeden hebben wij, boven alle vrouwen, ook de mannen en gezegend is het geslacht van ons lichaam, Liefde. Heilige Madonna's met ons blote konte: Marie, Maia, Emma en Marion, arme zondaressen, nu en in het uur van onze dood. Amen.

Vier generaties vrouwen vertellen over dé liefde. Gevonden of verloren in de maand mei, de maand van Maria. Verliefd op een getrouwde man, een vrouw, een leraar en een kut. Geleid door het hart en niet door het verstand. En ja, dat kan al eens pijn doen. En nee, ze hebben daar geen spijt van.

 

"Verdriet dat niet verteld wordt, dat bestaat eigenlijk niet. Ge moet daar een beetje lawaai bij maken, bij verdriet." (Marie, 93 jaar).

"Brouwers deugen meer dan dichters, ik ben in die kwestie niet echt een romantieker. En niet te hypocriet om toe te geven, dat ik geld een van de schoonste dingen vind ... en het buikenputje van Martje, dat nog steeds brandt ... in memorie en in mijn fantasie." (Maia, 65 jaar)

"Rouw en trouw, dat is maar één letter verschil. Wie rouwt, blijft trouw aan wat hij heeft verloren". (Emma, 42 jaar)

"Niets is belangrijker dan mijn kut. Niets. Ja, liefde misschien, maar dat is meer iets voor in de boekskes. Dat is van patati en patata en eeuwig trouw. Tot puntje bij paaltje komt. Eeuwig in rouw, ja!" (Marion, 19 jaar)

over de brontekst

Vier vrouwen van vier verschillende generaties (van 93 tot 19) beleven vier liefdes die niet mogen zijn. Dat levert vier gezangen van eenzaamheid, rouw en trouw aan herinnering op. En de dames zijn allemaal vernoemd naar Maria, en vinden of verliezen hun geliefdes in de meimaand, de maand van Marie ... Luuk Gruwez zet hiermee een strakke structuur op waarin hij vier personages over hun levens laat vertellen. Verhalen van de mooiste en moeilijkste momenten, verhalen waarmee ze hun leven vorm en invulling geven.

Gruwez koos ervoor om zijn vier vrouwen elk in één lange monoloog hun verhaal te laten doen. Hij maakt er sierlijke, vloeiende teksten van, waarin steeds weerkerende elementen worden vervlochten met nieuwe stukjes vertelling. De verhalen worden een soort litanieën, de lange monoloogvorm zonder een toehoorder in levende lijve doet denken aan een gebed of een klaagzang. Met refreinregels en motiefjes, zoals het steeds weer met kleine variaties terugkerende zinnetje van Maia, alias de Madonna met de Blote Konte: "'t Is maar geld dat hier telt! God en den bank van Roeselare en West- Vlaanderen -als daar al veel verschil tussen is- die kunnen 't weten." En altijd hetzelfde hoofdthema: "En 't herte -wie weet er dat beter dan ik?- 't herte dient voor het verdriet." Marie, Maia, Emma en Marion hebben even van de liefde geproefd, en hebben daar duur voor betaald.

"'s Avonds in de zomer- dat bestond dan nog, de zomer- dan zaten w' onder de lindebomen. Babbelen en babbelen, den enen al nen groteren bek dan den anderen. [...] En ondertussen is Marietje hier drieënnegentig geworden en dat kan tellen. 't Hangt er nog allemale aan, aan mijn lijf. 't Is maar met mijn oren dat 't slecht gesteld is."

over de personages

Marie (93) groeide op in de Ieperse Ligywijk. Na den Groten Oorloge werd ze verliefd op Pietje Pinte, een man die zich bezighield met het opkopen van oud ijzer en konijnenvellen en die af en toe een pint teveel durfde drinken. Hij was getrouwd met Brievenbusse, een knappe vrouw op wie Marie ontzettend jaloers was: "'t Is niet den oorloge in mijn herte die 'k heb willen overleven, maar Brievenbusse zolange mogelijk, al moest ik daar tweehonderd jaar voor worden. En ik ben van plan om tweehonderd jaar te worden."

Maia (65) werd als kind tijdens de processie in Roeselare verliefd op Frieda, die tijdens de Rodenbachfeesten in dezelfde stad belandde. Ze wilde er een thesis schrijven over Albrecht Rodenbach. Onder zijn standbeeld bedreef ze met Maia de liefde. Vandaag zijn echter religie en geld haar enige grote liefde: "'t Is maar 't geld dat telt! God en den Bank van Roeselare en West-Vlaanderen, die kunnen 't weten. 't Is maar 't geld dat telt, maar geld dat kunt ge tenminste tellen. Geluk met 't lief: begint dat maar ne keer te tellen ..."

De getraumatiseerd Emma (42) had destijds een affaire met haar leraar Engels. Deze herinnering blijft haar nog steeds achtervolgen, vooral omdat die van Engels vond dat hun relatie geen toekomst bood. En hij wilde trouwens zijn gezinsleven niet op het spel zetten: "'k Was in de rouw en 'k had besloten dat te blijven. Want rouw en trouw, dat is maar één letter verschil. Wie rouwt, blijft trouw aan wat hij heeft verloren."

Marion (19) is een gemene flapuit, die zich verzet tegen haar gescheiden moeder, omdat ze liefhebber is van opera en Anne Teresa De Keersmaeker is. Maar in de eerste plaats is Marion geobsedeerd door haar eigen kut: "Een koe is een koe en een kut is een kut. 'k Moet daar niets van weten, van gasten die rond de pot draaien. Niets is zo belangrijk als mijn kut."

arrow up | pijl naar boven