auteur Luuk Gruwez
'Dichter aan Huis' cv
Luuk Gruwez (Kortrijk 9 augustus 1953), woont sinds 1976 in Hasselt (B), waar hij werkzaam is in het kunstonderwijs. Sinds 1995 met loopbaanonderbreking. In 1973 debuteerde hij met de poëziebundel Stofzuigergedichten. Daarna volgden Ach, wat zacht geliefkoos om een mild verdriet (1977), Een huis om dakloos in te zijn (1981), De feestelijke verliezer (1985), Dikke mensen (1990) en Vuile manieren (1994). In 1996 verscheen Bandeloze gedichten, een ruime bloemlezing van herziene gedichten uit de periode voor Vuile manieren.
Pas sinds 1992 publiceert hij ook min of meer autobiografisch proza, eerst nog samen met Eriek Verpale, Onder vier ogen, Siamees dagboek, later solo met Het bal van opa Bing (1994). In 1995 schreef hij de televisiemonoloog Lucky Star voor de IKON en de BRTN. In 1996 het scenario van Een bijzonder bevallig paar voor dezelfde omroepen.
Eind 1998 publiceerde hij Het land van de wangen in de reeks Privé-domein. Een bundel columns verscheen najaar 1999 onder de titel Slechte gedachten. Een nieuwe dichtbundel, Dieven en geliefden, ziet eind september 2000 het licht. En in het voorjaar van 2002 verscheen De maand van Marie, een boek met vier monologen waarin telkens een vrouw centraal staat. 2004 leverde twee werken op: het prozaboek Een stenen moeder, in het voorjaar, en de dichtbundel Allemansgek in het najaar.
Bekroningen:
- Prijs van de gemeente Deurle
- Guido Gezelleprijs van de stad Brugge
- Dirk Martensprijs van de stad Aalst
- Prijs van de Vlaamse Gids
- Prijs van de Vlaamse Poëziedagen
- Prijs van de provincie Limburg
- Prijs voor Letterkunde van de Vlaamse provincies
- Hugues C. Pernathprijs voor poëzie 1995
- Geertjan Lubberhuizenprijs voor proza 1995
- Gedichtendagprijs 2005 voor Vriendinnen uit de bundel Allemansgek
(bron: Walter Vanroy) - Herman de Coninckprijs 2009
wikipedia lemma
Luuk Gruwez (Kortrijk, 9 augustus 1953) is een Vlaams dichter, prozaïst en essayist. Hij volgde het middelbaar onderwijs in het Damiaancollege en Germaanse filologie aan de KULAK, telkens te Kortrijk. Hij wordt licentiaat in de Germaanse talen aan de K.U.Leuven. In 1976 verruilt hij het West-Vlaamse Kortrijk voor Hasselt. Daar verdient hij als leraar de kost tot aan zijn loopbaanonderbreking in 1995 naar aanleiding van het verwerven van een schrijversbeurs. Hij is nu als fulltime schrijver werkzaam met dichtbundels en proza en daarnaast columns, eerst wekelijks in De Standaard, vanaf 2001 tot 2003 maandelijks in De Morgen.
Gruwez' werk wordt wel eens tot de neoromantiek gerekend, een stroming die als reactie op het nieuw-realisme van de jaren '60 weer aandacht opeiste voor de grote gevoelens omtrent leven, liefde, ziekte, vergankelijkheid en dood. Bij Luuk Gruwez gaat deze vorm van romantiek altijd gepaard met een flinke portie (zelf)ironie. In zijn latere poëzie valt op dat de onderwerpkeuze breder wordt en de vorm verhalender. In 2009 kreeg hij van het publiek de Herman de Coninckprijs voor zijn gedicht Moeders. Tuur Florizoone en Jessa Wildemeersch zetten de genomineerde gedichten op muziek.
Moeders
Men herkent ze van ver en van vroeger: altijd in rep en roer,
Altijd dat vertrouwde rumoer. Of wij het niet te koud hebben
misschien, dat onze jas wat hoger moet geknoopt, dat wij
die slechte vrienden beter kunnen mijden. Et cetera,
et cetera. Zij zijn van overdosissen voorzichtigheid vervuld,
van levenslang et cetera, stupide stuwingen in buik en boezem.
Fluorescente details, eeuwenoud van eenvoud: spermavlekken die zij
stil, met dromerige ogen uit de lakens van hun zonen wassen,
meisjes die zij halsoverkop uit de vrouwen moeten wissen
die zij tussentijds geworden zijn. Het kan in goede moeders
allemachtig sneeuwen, voornamelijk wanneer geen mens
het al verwacht, begin november, zodra de doden victorie kraaien.
Zij geven kleuters sjaals en wollen wanten mee. Bananen.
lets dappers tegen tranen. En van hun eigen moeders die hun
meer en meer ontglippen, worden zij de laatste moeders. Tot zij
de handen wantrouwen die hen niet langer vasthouden kunnen.
November wordt het niet, november valt. Als avond.
Lucht verplaatst zijn diepste rood in bladeren van beuk en elk.
En wegens alles wat zij niet meer kunnen houden, houdt hij op:
hun wereld vol et cetera, et cetera en totterdood.
© Luuk Gruwez
Om blare aan ‘n boom te hang
Luuk Gruwez in gesprek met Louis Esterhuizen
Vragen in het Zuid-Afrikaans, antwoorden in het Nederlands: http://versindaba.co.za/2009/04/01/onderhoud-met-luuk-gruwez/
meer bronnen
interview met Luuk Gruwez op annettevandenbosch.nl (Verschenen in Meander op 31 augustus 2003)