kort
Dirk Tanghe (°Torhout, 22 mei 1956) maakte al vroeg kennis met toneel. Zijn vader en grootvader speelden bij de plaatselijke toneelvereniging Sint-Rembert, waar hij zelf ook vanaf 1978 ging spelen. Na de Latijn-Griekse humaniora in Torhout, een jaar kunstgeschiedenis aan de Universiteit Gent en een jaar leraarsopleiding aan de KATHO te Torhout, vond Tanghe in 1980 zijn gading in het Koninklijk Vlaams Conservatorium te Antwerpen. Hij volgde er de opleiding drama, kreeg o.a. les van Dora van der Groen. Hij behaalde zijn Eerste prijs Toneelspeelkunst in 1983. Later maakte hij naam als theaterregisseur met eigentijdse regies en bewerkingen van klassieke teksten: Thomas Bernhard, Bertolt Brecht, Nikolaï Gogol, Molière, William Shakespeare, Anton Tsjechov, maar ook met modern repertoire.
Tanghe's regiecarrière begon in 1980 in Sint-Rembert met Cupido Stupido. Zijn professionele carrière startte in 1986 bij Theater Malpertuis te Tielt met De Getemde Feeks. Vanaf 1987 regisseerde hij onder andere bij het NTG te Gent (o.a. De Vrek) en de KVS te Brussel (o.a. een memorabele Romeo en Julia in 1988). Van 1992 tot 1995 was hij artistiek leider van theater Malpertuis, in 1995 won hij de grote Theaterfestivalprijs met Who 's Afraid of Virginia Woolf. Van 1996 tot 2007 was hij artistiek directeur bij De Paardenkathedraal te Utrecht. In 2008 werd Dirk artistiek leider van het Publiekstoneel in Antwerpen, een nieuw initiatief om in België repertoiretoneel voor een breed publiek uit te brengen. Omdat er geen structurele subsidies werden toegekend, stopte dit initiatief.
Tanghe heeft een natuurlijke liefde voor klassieke teksten en zoekt er dimensies in rond de eigenlijke verhaallijn die hij op een heel eigen manier belicht. Zijn energieke en bruisende voorstellingen worden daarbij tegelijk gebroken en gedragen door vakkundig gekozen muziekfragmenten. Dirk Tanghe maakt theater over gewone mensen voor gewone mensen, maar hij doet dat alles behalve gewoon. Kenmerkend voor zijn regies zijn de enorme intensiteit van het spel en het bewust hanteren van theatraliteit. Iedere productie opnieuw vindt hij een eigen stijl uit, een stijl die juist bij dat verhaal past en waarin hij zijn visie laat zien. En of de scène nu baadt in weelderige kostuums, decors en videoprojecties of uitblinkt in soberheid, altijd weet hij een jong publiek te lokken en te boeien.
moois op klara!
Een hele pagina vol interviews, zowel audio als video, van 1991 tot heden ... pagina Dirk Tanghe met bijvoorbeeld de jonge Dirk over Het Gezin Van Paemel (NTG 1991) in dit video-interview
2009
Nachtwake ...
2008
Dirk Tanghe goes opera: La Forza del Destino
Dirk Tanghe © foto Herman Ricour →
De Munt waagt zich aan een huzarenstukje met regisseur Dirk Tanghe, die het weinig gekende La Forza del Destino mag hertimmeren. Tanghe staat bekend om risico’s en onbekende avonturen, maar evenzeer om memorabel theater. Zijn operaregiedebuut gaat over zwerven en weglopen van het leven, dus deels over zichzelf.
(.../...) Tanghe: "Ik ben die opera ingedoken, zonder iets van opera te kennen. Ik kreeg te horen: 'Dit wordt je dood.' Ik vond er niets mis mee: opera is nu eenmaal muziektheater. Hoe een libretto door de regisseur benaderd kan worden is niet anders dan bij theatertekst. Eens in het operahuis voelde ik me als een prins die op een berg matrassen lag en een pijnlijke erwt onderaan voelde. Het beste wat ik kon doen was gewoon in die wereld duiken. Ik had geen methode. Het enige wat me te doen stond was mijn toneelervaring doorgeven aan die operazangers en het koor. Hen leren zingen hoefde ik niet. Maar de onderliggende laag, de kern van waaruit de tekst wordt gevoed – hen dat duidelijk maken – is mijn taak. Oprechtheid en een prachtige emotionaliteit opwekken is het enige wat van mij verwacht moet worden."
"Of het opera, theater of muziek is, het gaat om het maken van een 'spel'. Een emotie opwekken. En niet om het regisseren van opera an sich. La Forza heeft veel te vertellen over de mens. Het gaat over het drama van de liefde. Het drama van de krachten in het leven. De eenzaamheid. Het lot. Het katapulteren naar vandaag van de scène, is niet nodig. Alles is overduidelijk en tijdloos in La Forza. Dus gebruik ik geen anachronisme. Ik ga geen auto op het podium sleuren of andere oogverblindende scènes opdringen aan de toeschouwer. Zuivere historische klederdracht en soberheid in decor en regie spreken voor zich. Om een boodschap van toen verstaanbaar te maken is er niets visueel schokkends nodig." (Jean-Marie Binst voor Brussel Nieuws 4/6/2008)
2007
Dirk Tanghe verlaat De Paardenkathedraal, waar hij ruim elf jaar artistiek leider is geweest. Tanghe wil niet meegaan in het opzetten van een groot, nieuw regiogezelschap in Utrecht, dat moet ontstaan onder leiding van Jos Thie en Nanette Ris, zakelijk leider van de Paardenkathedraal. Tanghe is gevraagd om binnen deze structuur regisseur te blijven, maar daarvoor heeft hij geen belangstelling: "Zo'n groot nieuw stadsgezelschap is helemaal mijn ambitie niet. Ik hecht erg aan mijn eigen huis, aan mijn eigen mensen, mijn acteurs. De veranderingen die nu in de lucht hangen, kunnen mij helemaal niet boeien. Het voelt alsof de donsdeken van mij wordt afgetrokken en ik op een bureaucratisch matje moet gaan staan. Ik wil carte blanche om mijn eigen parfum te kunnen verspreiden."
Tanghe's aankondiging komt midden in de reprisetournee van Midsummernightsdream, zijn grootste succes. Voor de toekomst heeft hij nog geen plannen, alleen dat hij wil blijven theater maken. (De Volkskrant, 5/12/2007)
2006
Is het theater een reflectie van uw eigen leven?
"Theater ís het leven. Theater biedt troost. Theater geeft inzicht. Via het theater leren wij veel over onszelf. En zonder theater sterf ik! Ik ontvang graag en het theater is waar alles samenkomt: natuur, kunst, dans, muziek, poëzie, lichamen en stemmen, gebeeldhouwd in de ruimte. Het is een levende ontmoeting. Een sacrale plek. In dat opzicht heeft het theater de plek van de kerk ingenomen. Het is the art of drama en the art of make believe en brengt mensen samen. De mens heeft de noodzaak te zoeken naar zichzelf en theater is een plek waar deze zoektocht wordt uitgebeeld. Ik ben geen succesmaker maar streef naar een heldere vertelling van deze zoektocht die de mensen geestelijk en emotioneel met elkaar verbindt. Ik ben absoluut geen pastoor, maar onderzoek het leven en als onderzoeker ben ik bij de Paardenkathedraal een heel gelukkig mens."
2003
videoreportage VPRO over Dirk Tanghe en De Revisor.
2002
In een allesonthullend interview beschouwt artistiek leider Dirk Tanghe de verrichtingen van zijn gezelschap De Paardenkathedraal: "Wat wij doen heeft weinig met toneel te maken en heel veel met free jazz. We werken nu aan de sound, aan de klankkleuren, aan praten op de manier van een jamsessie." (NRC-Handelsblad, 1/11/2002)
2001 bis
Dirk Tanghe, artistiek leider van De Paardenkathedraal, heeft vrijdagavond de 'Prijs van de Kritiek van de Kring van Nederlandse Theatercritici' gekregen. Dat gebeurde na De Familie Tót van het Utrechtse theatergezelschap in de Stadsschouwburg van Utrecht. De Familie Tót en de voorstelling Jean, Julie et Christine zijn de twee, volgens de jury uitzonderlijke producties het afgelopen seizoen waarmee Tanghe in de prijzen is gevallen. De prijs bestaat uit een plastiek van Michiel Jansen en wordt sinds 1966 uitgereikt. (ANP, 14/9/2001)
2001
Dirk Tanghe, de artistiek leider van de Paardenkathedraal, is zijn archief kwijt nadat een brand afgelopen woensdag zijn werkruimte verwoestte. Volgens Tanghe is zijn hele verleden in één klap verdwenen: "tekeningen, briefjes, bierviltjes met ideeën en tekeningen, foto's van mijn kinderen, zelfs een tafelkleed met het ontwerp van een voorstelling, alles is verbrand." Onder de spullen bevonden zich ook driehonderd videobanden met alle registraties van de 53 voorstellingen die hij in zijn leven maakte. Kopieën zijn er niet. Gisteravond is ondanks alles Tanghe's voorstelling Jean, Julie en Christine in première gegaan. (De Volkskrant, 18/5/2001)1999: Tanghe heeft plannen tot 2006
Ook Dirk Tanghe heeft zijn beleidsnota voor het komende kunstenplan 2001~2004 op tijd in Den Haag ingediend. Hij is hem zelfs gaan toelichten bij een speciale commissie. De leden ervan vielen mee, ze waren best open voor zijn commentaar, vond hij. Hij doet het omdat het moet, maar eigenlijk wil Tanghe helemaal niet in kunstenplannen denken. Hij zit boordevol plannen voor voorstellingen die het volledige scala aan theatervormen beslaan, van Sinatra, Come and Sing with us, tot Waiting for Godot van Beckett. Nee, het werk van deze regisseur is niet onder een noemer te vangen. Samen met zijn acteurs wil hij de magie van het theater weer tot leven wekken."Varieteit, varieté, entertainment, ontroering, verrassingen, spektakel - dat wil ik het publiek aanbieden." De waterval van plannen kent een zinderend slot, op 22 mei 2006, dan moet zijn total big dream in première gaan: King Arthur! En daarna gaat hij op reis. (De Volkskrant, 16/12/1999)
1996 & 1997
Vanaf 1 januari 1996 kon Tanghe aan de slag als artistiek leider van de Paardenkathedraal in Utrecht. Zijn openingsstuk The glass menagerie met in de hoofdrol Jasperina De Jong werd eind oktober afgelast 'om artistieke redenen'. Het was trouwens Jasperina die met Dirk in de clinch ging, al verklaarde Jetta Ernst, de zakelijke leidster van De Paardenkathedraal officieel in de Gazet van Antwerpen (25/10/1996): "We vonden met z'n allen na twee try outs dat de voorstelling niet is geworden wat we beoogd hadden. Er zit te weinig emotie in, en dat is toch het signatuur van Dirk. We vinden het een verschrikkelijke beslissing, maar we doen het liever zo dan te spelen terwijl spelers, regisseur, organisatoren en publiek ongelukkig zijn. Het vertrouwen in Tanghe blijft echter behouden," voegde ze eraan toe.
En dat bleek terecht want met Zwijg Kleine, een productie van De Werf, nam hij begin '97 weerwraak. Deze versie van Schweig Bub van Fitzgerald Kusz (°1944) werd in het West-Vlaams gespeeld, het oorspronkelijke stuk ging immers ook in het Nürnbergse dialect in première. Sinds de Gentse première in Vertikaal (1979) is het vooral door amateurs gespeeld in allerlei dialecten. Het stuk toont een communiefeest dat volledig ontspoort. De personages zijn, uiteraard, typetjes: de Antwerps sprekende frigide Helga, met haar sullig-domme West-Vlaamse echtgenoot François, de venijnige en haatdragende tante Anna die haar man verwijt wat ze zelf niet heeft kunnen waarmaken, enzovoort. Maar die nuances dienen dus niet om een verhaal, een confrontatie, een plot, een grap te produceren. Ze verschijnen gewoon als tactieken die deze figuren ontwikkelden om te kunnen omgaan met de benauwde wereld waarin ze gevangen zitten. En hoewel deze aanblik op het eerste gezicht behoorlijk potsierlijk en lachwekkend is, is dat ridicule de suiker waarmee een zeer bittere pil naar binnen wordt geduwd. Deze mensen zijn niet de karikatuur die ze eerst lijken, de situaties zijn in al hun onsamenhangendheid eerder regel dan uitzondering. Maar er is ook geen tragiek, geen Vervreemding met grote V. De stof daartoe, een of ander verlangen buiten het driftmatige, ontbreekt nu ten enen male. Er is alleen suiker (of taart, of veel eten, of vooral veel drank). En daarna gewoon niets, een leegte die maar net door het ritueel van de communie toegedekt wordt. Insecten in een terrarium.
Het hoeft weinig verwondering te wekken dat er dode momenten ontstaan in dit stuk: tegen de pauze denk je dat je het 'ding' wel begrepen hebt. Dirk Tanghe gebruikt dit dode moment op subtiele wijze om na de pauze de spelregie te wijzigen. Een actrice als Marijke Pinoy bijvoorbeeld gaat 'echt acteren' na de pauze. Niet om plots wel een of andere psychologische diepgang te gaan demonstreren, maar toch ... Plots, als ze het relaas van de ontrouw van haar afwezige man geeft, en verder doorboomt over haar mislukte studies en werkervaring, schijnt een tot dan toe afwezige luciditeit aan het licht te komen. Ze schijnt zich, al is het maar even, rekenschap te geven van de leegte van haar leven. Op dat moment is de karikatuur afwezig. Ondanks het navrante van het verhaal, is dit het enige moment waarop er iets als een soort hoop, een lichtpunt, verschijnt in dit stuk. (Pieter T'Jonck, website Sarma, met Theater en dansrecensies 1985~2008: recensie over Zwijg Kleine)
1991
Waarom valt Dirk Tanghe altijd terug op echte klassiekers?
Dirk Tanghe: "In die klassieke stukken ben ik altijd het meeste geboeid door wat er met die mensen gebeurt. Ik wil laten aanvoelen hoe gefrustreerd Elektra b.v. is omdat ze haar wraak niet kan koelen. Ook Euripides heeft een 'Elektra' geschreven en hij is eigenlijk een groter psycholoog dan Sofokles, maar toch heb ik de voorkeur aan de versie van Sofokles gegeven omdat ze structureel beter in elkaar zit. Anderzijds zitten er in onze bewerking ook elementen van Euripides en zelfs van Aischylos, die overigens de eerste was om het Elektra-thema te brengen."
"Ik heb het al eens eerder gezegd: voor mij zijn al die stukken goed gemaakte thrillers. Alleen heb ik me voorgenomen om van nu af aan wat eerbiediger om te springen met de oorspronkelijke tekst. Al blijf ik er wel bij dat de tekst niet mag primeren, tenslotte is deze toch altijd het resultaat van een gedachte of een gevoel. Eigenlijk zou ik 'Elektra' moeten kunnen laten opvoeren zonder dat er één woord gesproken wordt. Zonder woorden zou men immers moeten kunnen aanvoelen welk spanningsveld er ontstaat tussen bepaalde personages: of dat nu woede is of angst of haat of seksuele aantrekkingskracht of eender wat. En pas dan kun je ze een zin laten zeggen. Maar die moet dan ook precies kloppen, want woorden zijn als messen. Dàt is mijn manier van werken."
1986
Dirk Tanghe:"In de ogen van vele mensen ga ik oneerbiedig om met bestaande teksten. Maar ik denk dan: laat er mij dan maar liever oneerbiedig mee omspringen i.p.v. alweer museumtheater te maken, stofferig, grijs, middelmatig, dood, ellendig, vervelend. Ik werk het liefst met jonge mensen, die nog onzeker zijn. Ik geloof in mensen die openstaan voor mijn grote wervelstorm. Ik geef ze anderzijds ook medezeggingschap bij de creatie. Ik wil dat het 'onze' Shakespeare wordt, niet de mijne." Tanghe moet zich ook altijd verontschuldigen voor het feit dat hij zijn acteurs niet in drek en pis laat wentelen: "Ik hou niet van theater in de echte vuilnis. Ik hou niet van geweld op scène zodanig dat het bloed eruit gutst. (.../...) Ik hou van mooie dingen, ik ben zo." (De Morgen, 10/10/1986)
tenslotte ...
Blogitem 26/2/2007 liefwijn over een gewaagde uitspraak van Dirk Tanghe
Interview Hein Janssen 23/11/2006 De Volkskrant Die vrolijke Dirk bestond niet
Een terugblik van Wijbrand Schaap op tien jaar Dirk Tanghe bij De Paardenkathedraal: De Tunnel van Tanghe
Interview 19/1/2005 Elsevier Ik wil ontroeren
over Dirk Tanghe, blogitem van Ronny De Schepper
↓ Zaterdag, Zondag, Maandag van St. Rembert Torhout in regie van Dirk Tanghe: een film, speciaal gemaakt voor alle spelers, techniekers en medewerkers aan het. De film geeft de sfeer weer die er heerste van het begin van de repetities tot de laatste voorstelling.