Zwaan/Zwijn
naar Leda van Jan Lauwers | regie Marijke Pinoy | bewerking: het hele team
spel:
Elien Hanselaer
Katrien Valckenaers
Laura Vroom
Thomas Dhanens
Tiemen Van Haver
Timeau De Keyser
dramaturgie Valérie De Schuymer (stage Ugent theaterwetenschap)
vorm Valerie van Holten (stage Sint-Lukas Tilburg)
productieleiding Leo Verlinden
NTGent schouwburgzolder, Sint-Baafsplein, Gent op di 5, wo 6, do 7 en vr 8 januari om 20:30 | reserveren enkel via drama.gent@gmail.com
wervende tekst 1
Jan Lauwers schreef Leda naar aanleiding van een tekst van George Bataille uit De Tranen van Eros. In deze tekst beschrijft hij een rotstekening in de grotten van Lascaux:
"Toch wanhopen wij nu bij het zien van die duistere voorstelling die ons door de wanden van de grot wordt voorgehouden: een man met een vogelkop en een duidelijke erectie, die neergeveld ter aarde ligt. De man ligt languit voor een gewonde bizon. Deze gaat sterven, maar met zijn blik op de man gericht, verliest hij, afschuwelijk om te zien, zijn ingewanden. Een geheimzinnig, vreemd karakter isoleert deze pathetische scène, die met niets anders uit die tijd kan vergeleken worden. Onder de neergevallen man maakt een aan het uiteinde van een stok getekende vogel onze verwarring compleet."
In deze tekening leest Lauwers de kracht van erotiek en geweld. Die op een bijzonder naïeve en zuivere manier aanwezig is in de tekening en in de mens die deze tekening maakte. Eros, geweld en dood als basis van de mythe van Leda en de Zwaan, als basis voor mens en god.
Lauwers vraag zich af wat er duizendmaal tienduizend jaar later veranderd is. Niets? Ja, maar een niets dat pijnlijk is geworden, omdat het doordrongen is van de rede. Ook de makers van Zwaan/Zwijn stelden zich vragen. Welke vorm en plaats krijgt de heilige drievuldigheid eros, geweld en dood in onze huidige maatschappij? Hoe wordt er omgegaan met hun verschijningsvormen en taboes? In de oertijd maakte de mens rotstekeningen, op welke manier worden menselijke driften in onze tijd vorm gegeven?
Zwaan/Zwijn toont figuren die worstelen met de fundamentele eenzaamheid die de basis is van hun bestaan. Figuren die alle grenzen van het alleen zijn willen opheffen: door seks, door geweld. Bloed en sperma als communicatie middel. Zwaan/Zwijn stelt de passief agressieve kijkhouding van de toeschouwer en de gewelddaad van het kijken in vraag.
Met dank aan: De Pfaffs, Benelux Next Top Model, Jerry Springer en alle geflipte Japanners en hun geflipte shows!
tekst: Timeau De Keyser
wervende tekst 2
Een zaal, een podium, een publiek en dus … een show. Eén doel: de kijker amuseren. Eén middel: pijn.
Twee presentatoren reconstrueren de Leda-mythe 3000 jaar na datum om erachter te komen wat er toen effectief is gebeurd en welke obsceniteiten de mythe in die 3000 jaar verzweeg. In hun succesvolle show nodigen ze de nieuwe Leda en de verse Zwaan uit om hun waarheid te komen vertellen voor de ogen van een hongerig en sensatiebelust publiek. Gaandeweg komen de kwetsuren en intieme ervaringen van de twee gasten bloot te liggen. En ... eenmaal aan het vertellen, wordt geen detail gespaard.
1: Je haat hem.
2: Nee.
1: Dus je houdt van hem.
2: Nee.
1: Hoezo nee?
2: Ik weet het niet.
1: Maar je moet toch nog iets anders gevoeld hebben dan pijn
2: Ik weet het niet.
1: Je liegt.
2: Ik voelde genot. Maar geen liefde, noch haat.
1: Genot?
2: Ja.
1: Je bedoelt dat je ervan genoten hebt?
2: Ja.
1: Je bent een heel ondankbare vrouw.
Een onthutsende confrontatie van twee polen 'ratio en gevoel' of 'hoop en vernietiging' of 'leven en geleefd worden' in een wereld die draait op drift.
tekst: Elien Hanselaer
Leda
in greep van vervallen leven
recensie Pieter T'Jonck in De Standaard 26/5/1995
Le Pouvoir is het tweede deel van Jan Lauwers' Snakesong-trilogie. Een cyclus die volgens de maker zelf gaat over de macht van seks en erotiek, en dus uiteraard over de dood. In het eerste deel, Le Voyeur, gebaseerd op teksten van Moravia, bleek al dat Jan Lauwers dat tema niet rechtstreeks aanpakt, maar er rond cirkelt. Met Moravia ging het over de folterende onmacht om helemaal in iets op te gaan, de totale ervaring te bereiken. In Le Pouvoir staat een uitgeputte vrouw, Viviane De Muynck, centraal. De tekst, deze keer van Jan Lauwers zelf, is haar bijna letterlijk op het lijf geschreven.
Vertrekpunt is het verhaal van Leda en de Zwaan. Als zwaan vermomd zou Zeus Leda zwanger gemaakt hebben van drie kinderen. Een parallel met de bijbelse aankondiging aan Maria, een metafoor voor de dood? De interpretatiegeschiedenis is niet het punt waar het hier om draait. Ze vormt vooral een aanknopingspunt om de triade geweld, erotiek en dood in een verhaalvorm aanwezig te stellen.
Maar net zoals in Le voyeur zijn die ervaringen niet direkt aanwezig. Er wordt bijna enkel over gesproken. En de vraag wordt daarbij veeleer wie er in dit spreken macht uitoefent over wie, en waar dit spreken op uit is.
In een eerste deel wordt het gedicht Léda van Paul Eluard gezongen, op muziek van Rombout Willems. In het absolute donker, terwijl het volume van de muziek tot de grens van het draaglijke aanzwelt, licht een aantal beelden op. Een op een slipje na naakte man, een vrouw die de liefde bedrijft met/verkracht wordt door een man, en opnieuw de eerste man, die vreemde hoekige bewegingen met zijn elleboog maakt.
De scène met de vrijende vrouw is bedrieglijk: pas op het einde zie je dat ze de liefde bedreven heeft met een pop, waarvan de kleren aan haar halve lichaam zijn opgehangen. Erotiek als een op zichzelf gericht gebeuren, waarbij het objekt van de begeerte achteraf als een lege voddebaal achtergelaten wordt. Zo volgen nog enkele beelden van begeerlijke lichamen, en het is pas achteraf, in het tweede en derde deel van de voorstelling, dat je beseft dat hier het gebeuren getoond wordt, waar later enkel nog over gepraat wordt.
grenzen
Het tweede en derde deel zijn in zekere zin eikaars spiegelbeeld of komplement. In het tweede deel krijg je een mytische setting, waarin een koningin-moeder, een professor en Leda en de zwaan zelf aanwezig zijn. De taal is hier zeer afstandelijk, en de gebruikelijke grenzen van tijd en ruimte zijn afwezig: hier spreken ook de doden. In het derde deel, "duizendmaal tienduizend jaar later", beland je bij een doordeweeks Antwerps gezin, waar de relaties tussen de ouders en hun kinderen in een totale betekenisloosheid en onverschilligheid verzand zijn.
Toch zie je in beide gevallen een zelfde oppositie tussen de koningin/de moeder (Viviane De Muynck) en de professor/ de vader (Mil Seghers), als ze geplaatst worden tegenover een uitbarsting van geweld en erotiek van hun onderdanen/ kinderen. De krachtlijnen zijn in het tweede deel al helemaal aanwezig. Daar buigen ze zich over de dodelijke ontmoeting tussen Leda en de zwaan, waarbij de liefde het afgelegd heeft tegen een wellust die voortdurend op de grens van perversie en geweld balanceert. De dodelijk gewonde zwaan wekt Leda's wellust op, pikt haar de ogen uit, verkracht en doodt haar. Zij geeft zich aan deze daad volledig over.
Het is de professor die in eindeloze verhoren alles, tot in de pietluttigste details, wil te weten komen over deze daad. De koningin, dodelijk, vermoeid, wil zich aan deze bevraging onttrekken door een vlucht in drank.
De professor wijst haar echter voortdurend op de verantwoordelijkheid van haar macht. Gaandeweg lijkt die machtige status van koningin-moeder echter een gevangenis, waar de professor haar houdt.
Achter haar verlangen om te vluchten staat een enorme, alles verzwelgende walging voor de staat waarin ze aanbeland is. Het verhaal van Leda, die plots haar dochter blijkt te zijn, is in zekere zin het verhaal van haar eigen passie. De herinnering eraan is echter afgestorven, en het gevraag van de professor kan dat verlies op geen enkele manier terughalen.
Integendeel, zijn pogingen om het onbeschrijflijke gebeuren in kategorieën te vatten, trivializeren het. Net zoals hij de koningin trivializeert. De walging waarin de koningin verdrinkt, lijkt uiteindelijk heel sterk op een vlucht vooruit in doodsdrift. Er rest haar niets meer. De erotiek is vergeten. De eerbied, de liefde van de professor ridikulizeert haar. De orde van haar rijk blijkt een hersenspinsel te zijn.
ongemakkelijk
Wellicht is deze verwoording erg vaag, en dat heeft veel te maken met de voorstelling zelf. Lauwers zoekt naar een verwoording en verbeelding van de emotionele werkelijkheid van een vrouw van meisje tot moeder op een uitputtende manier, terwijl dat niet kan.
Hij is wellicht de eerste om dat te weten, en toch laat hij niet af. Je voelt je daar ongemakkelijk bij worden, en zeker in het laatste deel kreeg ik het af en toe behoorlijk op mijn zenuwen. Toch, en dat stemt tot nadenken, laat de voorstelling je achteraf niet los. Het allerlaatste beeld dat we krijgen van Viviane de Muynck, terwijl ze de wereld om haar heen als een enorme stinkende verrotting, een smet op haar lichaam en ziel beschrijft, is zelfs, in zijn ongelooflijke rauwheid, onvergetelijk.
Ze draagt nog slechts zwarte kanten lingerie, die haar zware, niet meer jonge lichaam, op een schreeuwerige manier ridikulizeert. Een pijnlijk reëel beeld, van het eindpunt van een leven dat enkel draaglijk is als er liefde zou zijn. Als die, zoals in de voorstelling, verworden is tot een vals-respektvolle farce, is er alleen nog walg.
Intuïtief een weg zoeken door een vreemd drama
Recensie van Ariejan Korteweg in De Volkskrant dd 27/10/1995
Snakesong/Le Pouvoir
Als een accolade hangen ze in de ruimte. Wat huid, wat zwarte stof en het herkenbare ritme van de bewegingen, veel meer is er niet te zien. We kijken naar een meisje en haar minnaar. Tenminste, dat denken we. Totdat er wat meer licht komt en de minnaar niets anders blijkt dan de hand van het meisje, gestoken in een pop.
Geloof je ogen niet - dat is de eerste afspraak die Needcompany maakt met zijn publiek. Het eerste deel van de voorstelling bestaat uit schemerige taferelen waarin die afspraak wordt bekrachtigd. Bewoog daar in de verte een heup, was dat een lichaam dat daar ginder door een sprankje licht werd gestreeld? Needcompany laat je turen door de haartjes van je ogen, naar iets dat lijfelijk is, en toch ook weer niet.
Dan komt het verhoor. De oude, vermoeide koningin voelt met haar raadsman de geliefden aan de tand. Wat is er gebeurd daar in het struikgewas? Wie heeft eigenlijk wie vermoord? Waar komt al dat bloed vandaan? Zijn het wel geliefden? Waarom moeten de verklaringen van het tweetal uit het Italiaans worden vertaald? En hoor ik goed dat soms de vertaling voorafgaat aan de bewering?
Geloof je oren niet - dat is de tweede afspraak. Liefde, pijn, dood, het is alles illusie. Zoals ook goed theater een illusie is, een schaakspel van emoties. Needcompany heeft aan lichamen, woorden en wat licht genoeg om een illusie op te roepen waarvan de nieuwere media voorlopig alleen kunnen dromen. Het dwingt je om op je tastzin te vertrouwen, intuïtief een weg te zoeken door dat vreemde drama dat ook deze voorstelling van Jan Lauwers weer is.
Snakesong/Le Pouvoir is de titel, en er is ook een ondertitel: Leda. Dezelfde Leda die al een rol speelde in de Griekse mythologie. "Nochtans gaat het verhaal dat Zeus mijn arme moeder heeft bezocht als zwaan, in haastige glijvlucht voor een jagende adelaar, en zo, door list, geraakte aan zijn gerief ..."
Zo vertelt Euripides het drama van het meisje dat gemeenschap heeft met een zwaan. 'Zijn gerief', dat was het probleem niet. Maar hoe stond het met het gerief van Leda? Beleefde zij plezier aan de zwanezwans of was er sprake van verkrachting? Over die eeuwige rondedans van geweld, sex en dood gaat dit tweede deel van de Snakesong trilogie.
Regisseur Jan Lauwers past daarbij enkele kunstgrepen toe. Om te beginnen vervlecht hij de mythe van Leda met die van twee andere mythische figuren: de heilige Sebastiaan, tot in zijn aars en linkeroksel met pijlen doorboord en uitgegroeid tot zinnebeeld van de schoonheid van het lijden. En koningin Lucretia, de taaie, saaie ondervraagster, die alleen door haar grote wilskracht nog onder de levenden verkeert.
De volgende ingreep is nog radicaler: Lauwers zwiept de hele mythe naar het heden, of zoals hij zelf zegt: naar duizendmaal tienduizend jaar later. We zijn getuige van een familiefeestje in Antwerpen, dat maar niet feestelijk wil worden: moeder doodziek, dochterlief zwanger en de Italiaanse huishoudster blijkt het te doen met de echtgenoot van de dochter.
Het eerste, zinsbegoochelende deel zou je Needcompany oude stijl kunnen noemen: de groep die zich geliefd maakte met voorstellingen als Need to Know, Ça Va en Julius Ceasar, theater waarin het weinige dat gezegd werd een luide echo opriep, met het vele dat werd weggelaten als klankkast.
Sindsdien is bij Needcompany de tekst aan een onstuitbare opmars begonnen. Eerst werden de woorden nog ontleend aan de wereldliteratuur, de laatste jaren werpt Lauwers zich op als zijn eigen tekstschrijver. Tegelijk neemt de afstand tussen speler en personage navenant toe. Zodanig dat in het tweede deel van Snakesong/Le Pouvoir niets meer naturel is. Hier staan acteurs, bijzondere acteurs als Mil Seghers en Viviane de Muynck, maar toch: mensen die hun lesje van buiten hebben geleerd.
Die acteurs zorgen voor drama, en soms ook voor een beetje humor. Maar wel een heel ander drama dan in dat eerste half uur werd beloofd. De toon was gezet voor een voorstelling die niet volgde.