Stephen Greenblatt keert Shakespeares vuilnisbak om

Nooit geloofd in de liefde

uit De Standaard dd /2005 - kopieer het artikel als pdf bestand naar je computer

Zo bekend als Shakespeares personages zijn, zo onbekend was het leven van de dichter zelf. De Amerikaanse literatuurwetenschapper Stephen Greenblatt verzamelde alle snippers en maakt zijn leven voor het eerst invoelbaar.

Weinig in Shakespeare is zo aanstekelijk als de liefdesverklaringen van Prince Hal, koningszoon op kroegentocht en zijn drinkebroer Falstaff, aan lagerwal geraakte edelman. Ze zijn uit het leven gegrepen:

Falstaff: "Hou je mond, jij hongerlijder, jij palinghuid, jij gedroogde kalfstong, jij bullepees, jij stokvis. O, had ik maar adem genoeg om te beschrijven waar jij op lijkt! Jij kleermakers-el, jij zwaardschede, jij boegfoedraal, jij onplooibaar rapier."

Hal: "Die kist vol grillen, dat builvat vol dierlijkheid, die opgezwollen blaas waterzucht, die reusachtige bundel wijn, die volgepropte darmenzak, die gebraden kermis-os met de pudding in zijn buik."

Het realisme van Shakespeares personages is zo groot dat ze buiten de stukken waar ze in voorkomen een eigen leven zijn gaan leiden. Maar zo bekend als Shakespeares personages zijn, zo onbekend is de schrijver zelf. Shakespeare (1564-1616) liet geen brieven of dagboeken na, en van zijn leven weten we weinig meer dan wat valt op te maken uit een paar notariële aktes en enkele schimmige verwijzingen. Aan de reeks pogingen om licht in deze duisternis te scheppen is nu een opmerkelijk leesbaar en toegankelijk boek toegevoegd: Stephen Greenblatts Will in the World (nu vertaald als: De wereld van Shakespeare).

Greenblatt, hoogleraar literatuur aan de universiteit van Harvard, is een beroemdheid in de wetenschappelijke wereld. Zijn boeken gaan vooral over de Renaissance, en binnen dat gebied over Shakespeare. Maar titels als Learning to Curse , of Renaissance Self-Fashioning laten zien dat zijn invalshoek niet die van de traditionele literaire kritiek is.

Zijn roem berust op het geestelijk vaderschap van de invloedrijke stroming binnen de culturele geschiedenis die wordt aangeduid als new historicism. Die beoogde een nieuwe benadering van literatuur: niet alleen of vooral aandacht voor de grote werken, maar voor de wereld die ze had voortgebracht. Die wereld, zo stelden Greenblatt en zijn aanhangers, openbaarde zich vooral in schijnbaar onbelangrijke details. Greenblatt stelde dus voor om, in plaats van in de meesterwerken, ook eens in de vuilnisbak van de schrijvers te gaan speuren. Elke anekdote, elke boodschappenlijst, elke oude sok die kon worden opgediept, kon worden gebruikt om de historische realiteit te reconstrueren. Daarmee was de hele cultuur van de Renaissance, en niet alleen de meesterwerken zelf, een 'tekst' geworden.

Het interessante is dat, als het om Shakespeares biografie gaat, het nu juist de snippers zijn, die paar notariële transacties, die handtekeningen, geboorte- en huwelijksaktes, die ons resten. Greenblatts methode komt bij een reconstructie van Shakespeares leven dus goed van pas. Bij die methode komt nu een intensief gebruik van het werk, dat consequent en creatief door Greenblatt geplunderd wordt om de magere data te bevestigen. Speculatie is daarbij niet van de lucht. Zelden heb ik een boek gelezen met zo'n frequentie van termen als 'would', 'may have', 'might', en 'possibly'. En toch. Het resultaat is ontegenzeggelijk dat in dit boek, voor het eerst, het leven van Shakespeare invoelbaar wordt, en de lezer gaat begrijpen hoe Shakespeare 'Shakespeare' kon worden.

Twee zaken spelen in zijn ontwikkeling een fundamentele rol: geld en geloof. Het karige materiaal over Shakespeares familie wordt door Greenblatt in verband gebracht met het religieuze klimaat van protestants Engeland. De Shakespeares waren katholiek, en bleven dat ook tijdens de regering van de protestantse Elisabeth I, die het crypto-katholicisme (1) in toenemende mate de duimschroeven aandraaide.

Dat kostte zelfs directe familie van Shakespeare de kop. Toen Shakespeare zijn vrouw en kinderen in Stratford verliet om fortuin te maken in Londen, moet hij die hoofden hebben zien prijken op London Bridge, waar ze door de autoriteiten waren opgespietst. De conclusie die hij moet hebben getrokken, meent Greenblatt, was: laat je niet kennen, wees ongrijpbaar. Want al had William zelf wellicht weinig op met het oude geloof, hij kon ermee in verband worden gebracht, en dat kon fataal zijn.

Shakespeares grootste gave, het zich inleven in anderen en het laten verdwijnen van hemzelf, wordt daardoor aannemelijker dan ooit. In verband hiermee staat ook het verschijnsel dat Shakespeare zijn personages vaak neerzet zonder dat ze een duidelijke of eenduidige motivering voor hun gedrag lijken te hebben, terwijl diezelfde personages in de bronnen die hij intensief gebruikte, juist heel duidelijke motieven hadden - de jaloezie van Iago, de woede van King Lear, de aarzeling van Hamlet zijn daar prachtige voorbeelden van. Juist de onzekerheid over hun motieven maakt die personages zo fascinerend. Ook dit verschijnsel brengt Greenblatt in verband met het doen-alsof, wat Shakespeare in zijn jeugd, als zoon van de heimelijk katholieke burgemeester van een protestants Stratford, met de paplepel is ingegoten.

De aanwijzingen, minutieus gedocumenteerd door Greenblatt, zijn sterk, al hangt hij wel erg veel aan dat crypto-katholicisme op. Greenblatt komt financiële problemen van vader Shakespeare op het spoor. De chique handschoenenmaker moet langzaam zijn verarmd, misschien zelfs aan de drank geraakt, en ook hier kan zijn religieuze dubbelleven een rol hebben gespeeld. Greenblatt verklaart de obsessieve preoccupatie met geld van William uit de ervaring van een diepe val van het familiefortuin.

Hij gebruikt op die manier heel ingenieus die kant van Shakespeare die wél goed gedocumenteerd is: zijn vele financiële transacties. Shakespeare is ongekend rijk geworden. Toen hij de buit binnen had, ging hij rentenieren in Stratford en verliet het theater. Met het verlies van welstand van Shakespeares vader hangt, volgens Greenblatt, ook een terugkerend element in Williams werk samen, dat hij 'the theme of restoration' noemt. Talloze stukken hebben een verlies als uitgangspunt (The Tempest, King Lear, Twelfth Night, Hamlet ) en gaan vervolgens over het herwinnen van dat verlies. In de komedies en de romances lukt dat, in de tragedies niet.

Op dit punt toont zich de kwetsbaarheid van dit geleerde, amusante en originele boek. Want dat thema van 'herstel' is een gegeven uit de literaire traditie. Komedies gaan sinds het ontstaan van het genre in de Oudheid om de triomf van de protagonist, die vanuit een kansloze positie zijn vijanden de baas wordt. Shakespeare, kortom, had geen komedies zonder restoration theme kunnen schrijven, omdat er geen komedies zonder herstel bestáán.

Greenblatt interpreteert Shakespeares literaire wedijver met collega's als Christopher Marlowe en Robert Greene vaak biografisch. Zo ziet hij bijvoorbeeld in Greene (die op zijn sterfbed Shakespeare welbespraakt de huid vol schold) het prototype van bovengeciteerde scheldende Falstaff. Toch laat hij de rol die de literatuur als literatuur in Shakespeares werk speelt, onderbelicht, en de belangrijkste kritiek op De wereld van William is dat er te veel van de wereld, die de new historicists zo dierbaar is, in voorkomt.

Herhaaldelijk stelt Greenblatt dat Shakespeare geen interesse had in publicaties die de eeuwigheidswaarde van zijn werk konden bestendigen; hij zou alleen ready money en direct succes van het theater hebben nagestreefd. Succes in de wereld, kortom. Hij wordt daarin overtuigend weersproken door de jonge geleerde Lucas Erne, die in Shakespeare as a Literary Dramatist dit standpunt uitvoerig onderuit haalt. Door een minutieuze reconstructie, droog maar gedegen, toont Erne aan dat Shakespeare 'speelversies' van zijn stukken liet volgen door 'literaire' versies, en dat hij nauw toezicht moet hebben gehouden op publicatie.

Als het om de liefde ging, bleef Shakespeare een cynicus. Hij had daar, zoals Greenblatt aantoont, biografisch alle reden voor. De formule wooing, wedding and repenting (2) weerspiegelt zijn dramatisch mislukte huwelijk in Stratford.

Toch blijft de manier waarop leven bij Shakespeare literatuur wordt, altijd complex. Het is de grote verdienste van Greenblatt dat hij die complexiteit niet uit de weg gaat. Net als Shakespeare zelf, heeft Claudio in Measure for Measure zijn vriendin zwanger gemaakt, en moet hij daarvoor boeten. Vlak voor zijn executie (die uiteindelijk verijdeld zal worden) merkt hij op: "Our natures do pursue,/ Like rats that raven down their proper bane,/ A thirsty evil; and when we drink, we die." (3)

Rattengif werkt pas als de rat, ver van de plaats waar hij het gif gegeten heeft, gaat drinken - precies omdat het gif de dorst opwekt. Zo brengt seksuele lust, volgens Claudio, ons ten val. Maar de seksuele impuls is tegelijkertijd zo natuurlijk en zuiver als het drinken van water, hoe fataal ook. Geen wereld of leven kan zulke complexiteiten verklaren, hoe goed Greenblatt dat ook doet. Shakespeare blijft een wonder, gelukkig.


1) 'katholiek in 't geheim'

2) Much Ado about Nothing, II, i → Beatrice: "For, hear me, Hero: wooing, wedding, and repenting, is as a Scotch jig, a measure, and a cinque pace: the first suit is hot and hasty, like a Scotch jig, and full as fantastical; the wedding, mannerly-modest, as a measure, full of state and ancientry; and then comes repentance and, with his bad legs, falls into the cinque pace faster and faster, till he sink into his grave." oftewel, in de vertaling van Willy Courteaux: "Want, luister goed, Hero, het hof maken, trouwen en berouw hebben is als een Schotse horlepijp, een reidans en een gaillarde: het eerste aanzoek is verhit en opgewonden als een Schotse horlepijp en even buitenissig; de bruiloft stijf-deftig als een reidans, vol ouderwetse staatsie; en dan komt Berouw, en rept zijn lamme benen in de gaillarde steeds vlugger en vlugger, tot hij in zijn graf zinkt." (Hero is de dochter van Beatrice, een horlepijp is een soort doedelzak, een gaillarde is een geïmproviseerde dans met vijf passen.)

3) bij Courteaux: "Onze natuur jaagt steeds, zoals de ratten het vergif verslinden, op dorst'ge zonde - en hij die drinkt moet sterven."

arrow up | pijl naar boven