kleine paper- & reflectiegids
overzicht:
- algemeen
- papers
- cv - curriculum vitae
- wervende promotietekst
- subsidiedossier
- onderzoeksvoorstel masterproef
- kritische reflectie op de bachelorproef
- kritische reflectie op de masterproef
koppelingen
algemeen:
- Het voorblad van een paper, onderzoeksvoorstel of reflectie moet nauwkeurige informatie bevatten:
- 'Hogeschool Gent, departement KASK';
- facultatief: de titel;
- de opleiding die je volgt: formeel is dat 'bachelor in het drama' of 'master in het drama';
- het academiejaar, het opleidingsonderdeel, de titularis en/of docent van het opleidingsonderdeel;
- zet je voornaam vòòr je familienaam, en niet op z'n papschools omgekeerd ...;
- zorg ondanks alle voorschriften voor een persoonlijke invulling;
- een voorbeeld: voorpagina van de kritische reflectie op de masterproef van Robert Bogaerts.
- Gebruik de eerste keer dat een naam geïntroduceerd wordt de voornaam en de familienaam, bij herhaling enkel de familienaam.
- Pas de APA- of MLA-stijl consequent toe!
- Verwijssystemen: In de geesteswetenschappen worden verschillende stijlen gehanteerd voor het verwijzen naar documentatiebronnen. Redacties van tijdschriften of artikelenbundels houden er vaak ook nog eigen stijlen op na, en dat geldt eveneens voor docenten die teksten beoordelen. Vaak wordt een van de volgende standaardstijlen aangehouden: de APA-stijl (het zogenaamde ‘auteur-jaarsysteem’), de Chicago-stijl (met voet- of eindnoten) of de MLA-stijl (verwijzing d.m.v. auteursnamen).
- APA-cursus van Katrien Vuylsteke Vanfleteren: APA verwijssysteem.
- Meer informatie over de stijlen en verwijssystemen op deze pagina van de RijksUniversiteit Groningen.
- Zorg er voor dat er geen taalfouten in je tekst staan, laten nalezen door een paar getrouwen en deskundigen helpt enorm!
- Lees de tekst zelf eens hardop, zo merk je vanzelf of je foute of moeilijke zinsconstructies hebt gebruikt.
- Let goed op de juiste schrijfwijze van de eigennamen, iedereen is gevoelig voor de juiste schrijfwijze van z'n naam, het is een vorm van aandacht.
- Laat minstens drie exemplaren inbinden, niet met een onhandig krullend stukje plastic, maar met die strakke metalen ringbanden, of ingelijmd met een stijlvol zwart linnen bandje ... dat laatste kan o.a. bij de firma Document Service, De Pintelaan 65 (09 225 58 84 document-service@skynet.be)
- Maak een pdf bestand, dat je kan mailen naar de betrokkenen, en waarbij de lay-out behouden blijft zoals je die hebt bedoeld.
papers
Lees alvast de gids praktische schrijfvaardigheid van Martine Clierieck, méér aanwijzingen krijg je nog van de theoriedocenten.
cv - curriculum vitae
- Je curriculum vitae (cv - 'levensloop') vertelt wie je bent en wat je kunt. Je cv bevat dus voornamelijk feiten: relevante ervaringen (kunst, werk), stages, workshops, opleidingen, studies, competenties, kwaliteiten ... De uitdaging is om dat kort, bondig en overzichtelijk te doen. Schrijf geen volzinnen, maar gebruik de lijstvorm.
- Voor podiumkunst is het ook van belang om te tonen hoe je er uitziet. Kies een paar foto's die niet getuigen van ijdelheid maar van persoonlijkheid. Eén close-up, en een foto waarop je in profiel te zien bent, is optimaal. Vermeld eventueel de fotograaf en de voorstelling waarbij de foto is genomen.
- De lay-out is zeer belangrijk, ook daarmee geef je een beeld van je persoonlijkheid. Zorg ervoor dat je cv niet meer dan twee pagina's beslaat, druk bij voorkeur recto verso af. Vermijd schrijf- of spelfouten, laat het eventueel nalezen door anderen ...
- Vermeld duidelijk en overzichtelijk je persoonlijke gegevens: naam, geboorteplaats en -datum, eventueel geslacht en nationaliteit, adres, telefoonnummers, e-mail adres. Vermijd adressen als bijvoorbeeld poezewoefke@hotmail.com ...
- Geef een overzicht van je studies, opleidingen, masterclasses, seminaries, workshops etc. Doe dat 'omgekeerd' chronologisch: de meest recente bovenaan, de oudste onderaan. Vermeld de behaalde diploma's of getuigschriften. Noem belangrijke vakken of scriptieonderwerpen.
- Geef een overzicht van je ervaringen in het kunst- en werkveld. Geef aan bij welk gezelschap, instelling of bedrijf, de periode, je functie of rol. Ook stages of vrijwilligerswerk kan je vermelden.
- Overige gegevens: geef nog aanvullende informatie over je rijbewijs, relevante hobby’s, computervaardigheden, talenkennis etc.
- Op de pagina praktisch/studenten vind je voorbeelden.
wervende promotietekst
- Een paar kernachtig geformuleerde zinnen, die weergeven waar het om gaat, die nieuwsgierig maken naar de voorstelling die wordt aangekondigd.
- Vermelding van de voornaamste artistieke en productionele medewerkers en hun functie, let op de juiste schrijfwijze van de eigennamen.
- Waar en wanneer er wordt gespeeld: dagen, uren, adres(sen), reservatiegegevens.
subsidiedossier
informatie en aanwijzingen volgen ...
onderzoeksvoorstel masterproef
- Definitie: een wervend dossier, waarmee je medewerking en budgetten kan werven, bijvoorbeeld bij werkplaatsen, gezelschappen, andere opleidingen of organisaties voor podiumkunst. In dat dossier stel je de onderzoeksvraag of vragen, en licht je die toe. Ook je werkplan, methode en bronnen worden uitgeschreven.
- Valkuil: meestal wordt er te veel over de inhoud geschreven, maar is er nauwelijks aandacht voor de artistieke aspecten
- De grote onderdelen:
- inleiding: fascinatie → waar sta je, wat wil je maken ... ook in één of twee zinnen gebald en kernachtig formuleren wat je wil vertellen met dat verhaal, deze formulering kan je dan ook in wervende teksten gebruiken;
- inhoud;
- onderzoek, voornamelijk naar de eigen artistieke taal
- artistiek = artistieke visie en artistieke taal: weten wat je doet, persoonlijk zijn ... Wat doe ik, en wat is mijn artistieke taal? ... Waar sta ik nu, waar wil ik naartoe? Wat is mijn plaats in 't kunst- en werkveld? Waar sta ik 'vormelijk'?
- inhoudelijk
- bronnen: artistieke en theoretische bronnen, maar ook een lijst met àlles wat gebruikt werd of wordt als bron voor de voorstelling
- coaching: promotor, co-promotor, mentor, andere begeleiding;
- logistieke ondersteuning;
- planning;
- bibliografie.
kritische reflectie op de bachelorproef
Deze informatie is nog onvolledig, en wordt nog geactualiseerd!
De opvoering: een bespreking.
Kies de belangrijkste scènes (een drietal: openingsscène, eindscène en andere belangrijke scène) en geef een grondige beschrijving van volgende aspecten:
- Gebouw (vorm van theater, bv vlakkevloer-theater, perspectieftheater), speelplek, locatie;
- het scènebeeld / decor en rekwisieten;
- de belichting;
- kostuums en grime.
- Mimiek, gestiek, proxemiek, relatie met publiek (bv het al dan niet aanwezig zijn van een vierde wand, het doorbreken van de vierde wand);
- speelstijl;
- zang en dans / muziek en ritme / geluid.
- Tekst en taal (aan de hand van fragmenten): opbouw van de opvoeringtekst. Welke taal wordt er gehanteerd? De vertelling: context, inspiratiebron van de vertelling (pretekst?) ... historisch?, sprookje?, actualiteit?, ...
- Hoe wordt het verteld? Als een sprookje?, absurd?, documentaire?, ...
- Verhouding tekst en opvoering (pretekst - opvoeringstekst).
- Relatie met het publiek.
- Receptie van de voorstelling / bedoeling en effect van de voorstelling.
Praktisch luik.
Maak een verslag van:
- voorbereiding
- planning
- budgettering
- medewerking van anderen
- ...
Reflectie over dit praktisch luik. Mogelijke vragen:
- Waren de keuzes verantwoord?
- Wat kan er beter?
- Welke compromissen werden er gesloten om pragmatische redenen?
- ...
Artistiek onderzoek.
3.1. Wat wil je vertellen?
- Wat wil je vertellen ...
- Waarop wil je reageren met het verhaal op de scène?
- Wat wil je onderzoeken ...
- Wat is je probleemstelling, je onderzoeksvraag/vragen?
- Wat is je dramaturgisch basisconcept, de leidraad voor je artistieke en inhoudelijke beslissingen, het vertrekpunt van je productie?
3.2. Analyse van de context.
Hierin wordt de productie in een grotere theoretische en artistieke context geplaatst. Je artistieke en theoretische keuzes moeten ingeschreven worden in een traditie.
3.2.1. Theoretische context.
- Hoe positioneer je jezelf theoretisch? Wat is de theoretische context van je artistieke keuzes?
- Acteermodellen (verplicht onderdeel)
- Theatergeschiedenis
- Kunstgeschiedenis
- Literatuur (je tekst analyseren aan de hand van literaire theorieën)
- Theoretische inspiratiebronnen uit andere disciplines zoals psychologie, filosofie, sociologie, geschiedenis
3.2.2. Artistieke context
Als speler en maker:
- Welke artistieke vertaling heb je gemaakt?
- Hoe heb je de acteermodellen ge(her)interpreteerd?
- Positioneer je in het theaterlandschap. Wie zijn je inspiratiebronnen? Lees interviews met die makers/spelers en verwerk hun visie op theater en op hun artistiek werk en plaats.
Als schrijver/tekstkeuze:
- Welke poëtica wordt gehanteerd?
- Positioneer de gekozen tekst in het geheel van de bestaande theaterschriftuur.
- Wie zijn je voorbeelden?
Beelden/vormen/scenografie/kostuums:
- Wie/wat zijn je bronnen?
- Door wie/wat ben je geïnspireerd? (beeldende kunst, film, fotografie, theater, ...)
Conclusies.
4.1. De bachelorproef.
- Sterktes
- Zwaktes
- Mogelijkheden
- gevaren
4.2. De theatermaker.
- Waar sta je artistiek/ theoretisch? Wat zijn je werkpunten als maker/ schrijver/ speler? Waar wil je aan werken in de Master (theoretisch en artistiek)?
kritische reflectie op de masterproef
Inhoudelijk moet je alle elementen verwerken die in je 'kritische reflectie op de bachelorproef' aan bod zijn gekomen. De vorm is vrij. Er kunnen ook andere communicatiemiddelen dan verbale worden gebruikt. In de eindcompetenties staat: "de master in het drama is in staat om op een originele manier bij te dragen aan de beoefening en ontwikkeling van het drama, op basis van relevant onderzoek van persoonlijke of maatschappelijke aard, en hij is in staat om daar op een kritische manier over te reflecteren. Hij kan in een eigen taal conclusies, inzichten en overwegingen die hieraan ten grondslag liggen duidelijk en ondubbelzinnig overbrengen op een publiek van specialisten en leken."
Let op, er ontbreekt nog een lijst met vragen, waar de masterproef-reflectie antwoord op moet geven ... en de vorm is vrij, maar de norm is 'duidelijk en ondubbelzinnig'!